Er wordt gespeeld volgens de FIDE regels voor het schaakspel, officiële Nederlandse vertaling van april 2014. Een exemplaar van deze regels is in de speelzaal aanwezig.
Het speeltempo is 20 minuten per persoon voor de gehele partij.
Artikel A3 van het FIDE-reglement is niet van toepassing en artikel A4 wel. 
Aanhangsel G van het FIDE-reglement is van toepassing. Van dit aanhangsel is artikel G4 niet van toepassing en artikel G5 wel.
Als ten aanzien van artikel 11.3.b van de Regels geconstateerd wordt dat een speler een mobiele telefoon of andere elektronische communicatiemiddelen meegenomen heeft naar het spelersgebied, dan heeft de arbiter het recht te onderzoeken of het apparaat aanstaat. Als een dergelijk apparaat , zonder toestemming van de arbiter, aan staat, dan verliest die speler de partij, tenzij de arbiter anders beslist.

Voor alle duidelijkheid enige punten uit de spelregels:

  • Noteren is niet verplicht.
  • Als een partij aan de gang is mag niemand zich met de partij bemoeien. De arbiter bemoeit zich pas met de partij als één der spelers een claim indient. Alle andere aanwezigen moeten zich onthouden van welke vorm van commentaar dan ook. Het vallen van de vlag mag alleen door de spelers worden gemeld.
  • Wat betreft een onreglementaire beginopstelling geldt het volgende:
    Zodra beide spelers vanuit de beginopstelling tien zetten hebben voltooid
    1)  kan geen correctie worden toegepast op de instelling van de schaakklok, tenzij het niet  corrigeren een negatief effect heeft op het wedstrijdschema.
    2)  kan er geen claim meer ingediend worden met betrekking tot een onjuiste beginopstelling of een verkeerd geplaatst schaakbord. In het geval van verkeerde plaatsing van de koning is rokeren niet toegestaan.
    In het geval van verkeerde plaatsing van een toren is rokeren met deze toren niet toegestaan.
  • Wat betreft een onreglementaire zet geldt het volgende:
    a. Een onreglementaire zet is voltooid zodra de speler zijn klok heeft ingedrukt. Als de arbiter dit waarneemt moet hij de partij voor de overtredende speler verloren verklaren, vooropgesteld dat de tegenstander nog niet zijn volgende zet gedaan heeft. Als de arbiter niet ingrijpt, mag de tegenstander winst claimen, vooropgesteld dat de tegenstander nog niet zijn volgende zet gedaan heeft. Echter, de partij is remise als de stelling zodanig is dat de tegenstander de koning van de speler nooit mat kan zetten, door welke reeks van reglementaire zetten dan ook. Als de tegenstander geen winst claimt en de arbiter niet ingrijpt, blijft de onreglementaire zet gehandhaafd en de partij wordt voortgezet. Als de tegenstander een onreglementaire zet heeft beantwoord kan deze niet meer worden gecorrigeerd, tenzij de spelers dit besluiten zonder tussenkomst van de arbiter.
    b. Om de winst na tijdsoverschrijding te claimen moet betrokkene de schaakklok stilzetten en de arbiter hiervan in kennis stellen. De claim wordt slechts toegewezen als de vlag van degene die claimde niet en die van zijn tegenstander wel is gevallen na het stilzetten van de schaakklok. Echter, de partij is remise als de stelling zodanig is dat de speler de koning van de tegenstander nooit mat kan zetten, door welke reeks van reglementaire zetten dan ook.
    c. Als de arbiter waarneemt dat beide koningen schaak staan of dat er een pion op de verste rij van zijn uitgangspositie staat, dan moet de arbiter wachten tot de volgende zet is voltooid. Daarna, als de onreglementaire stelling nog steeds op het bord staat, moet hij de partij remise verklaren.
  • Als een speler minder dan 2 minuten heeft, mag hij remise claimen voor zijn vlag valt. Hij zet de klokken stil en waarschuwt de arbiter. Als de arbiter ermee instemt dat de tegenstander geen poging doet de partij op een normale manier te winnen, of dat het niet mogelijk is om die op een normale manier te winnen, dan moet hij de partij remise verklaren. Als de arbiter de claim afwijst, dan geeft hij de tegenstander twee minuten extra.
    De arbiter kan zijn beslissing ook uitstellen. Hij kan de tegenstander twee minuten extra tijd geven; de partij gaat verder in aanwezigheid van de arbiter. De arbiter kan de partij alsnog remise verklaren, zelfs na het vallen van een vlag.

Nog een aantal praktische zaken:

  • Er worden 8 ronden gespeeld volgens het Zwitsers systeem. Er wordt gespeeld in twee groepen: groep A rating 1800 of hoger, groep B rating lager dan 1800. Deze ratinggrens kan iets verschoven worden als de groepsgroottes te zeer verschillen.
  • De eindstand wordt als volgt bepaald: behaalde punten, weerstandspunten, SB-score, onderlinge partij. Bij gelijk aantal punten wordt een eventueel prijzengeld gedeeld.
  • Prijzen groep A: € 400, € 200, € 100, € 50, € 20.
  • Prijzen groep B: € 150, € 80, € 40, € 20, € 10.
  • Het aantal en de hoogte van rating- en jeugdprijzen worden in de loop van het toernooi bekend gemaakt.
    Winnen van meerdere prijzen is mogelijk.
    Rating- en jeugdprijzen (voor spelers t/m 16 jaar) worden niet gedeeld: bij gelijk aantal punten valt een rating- of jeugdprijs ten deel aan de speler met de laagste rating.
    Jeugdprijzen worden alleen toegekend indien in de betreffende groep minstens 5 jeugdspelers uitkomen.
  • Speelschema:
    1e ronde 10.15 uur
    2e ronde 11.05 uur
    3e ronde 11.55 uur
    4e ronde 12.45 uur
    Pauze  13.25 - 14.15 uur
    5e ronde 14.15 uur
    6e ronde 15.05 uur
    7e ronde 15.55 uur
    8e ronde 16.45 uur
    Prijsuitreiking  ca. 17.40 uur.
  • Van deze indeling kan worden afgeweken. Deze afwijking wordt in de speelzaal bekend gemaakt.
  • De hoofdarbiter en de overige arbiters worden bij de aanvang van het toernooi aan de deelnemers voorgesteld. Tegen een beslissing van een arbiter is beroep mogelijk bij de hoofdarbiter. Tegen een beslissing van de hoofdarbiter is geen beroep mogelijk.
  • In gevallen waarin bovenstaande niet voorziet beslist de hoofdarbiter.