Door Eddie Scholl

Een mooi toernooi weer, dat 34e Waling Dijkstra toernooi, met veel personen en elementen die elk jaar terugkeren. Zoals onze vaste sponsor Waling Dijkstra, die net als in vele voorgaande jaren bij de opening zijn gezicht liet zien en deze keer twee dochters meenam, van wie de oudste, Lidewey, het toernooi opende door de eerste zet te doen aan het bord van Vladimir Epishin en Wessel van der Berg. Zoals ook de speelzaal, de prachtige Gysbert Japicxzaal op de eerste verdieping van het Tresoarpand, die ons nu al tien jaar lang door Tresoar beschikbaar wordt gesteld. En zoals Eelke Heidinga, die elk jaar achter de schermen op foutloze wijze de ict voor het toernooi bestiert en en passant ook nog als hoffotograaf optreedt. Ook wedstrijdleider Erwin Denissen hoort langzamerhand tot de beproefde vaste krachten.

 

En dan zijn er natuurlijk de deelnemers, van wie verschillende elk jaar weer van de partij zijn.
Een van hen is de Duitse Rus (of Russische Duitser) Vladimir Epishin, eens een veelbelovend grootmeester die door wereldkampioen Karpov in zijn begeleidingsteam werd opgenomen. Na de val van het communisme vestigde hij zich als profschaker in Duitsland. Door zijn onaangepaste uiterlijk zit hij al jaren bij toernooiorganisatoren in het verdomhoekje. Worden in Duitsland alle sterke schakers  ingelijfd door een club in de Bundesliga, diezelfde  clubs laten Epishin links liggen. Zo is hij gedwongen zijn heil te zoeken in de kleinere toernooien, veelal weekend- of dagtoernooien, waarbij hij uiteraard van te voren nauwkeurig de kans inschat of hij er financieel positief uit kan springen.
Al om 9.00 uur stond hij na een nachtelijke treinreis op de stoep van Tresoar.

Aan het eind van de dag kon hij met een tevreden gevoel en met 400 euro extra op zak de terugreis naar Duitsland aanvaarden, want in de loop van het toernooi had hij zich ongenaakbaar getoond. Zonder ook maar één keer in de problemen te zijn geraakt won hij overtuigend al zijn partijen. De enige andere titeldrager, onze eigen IM Migchiel de Jong, die vorig jaar samen met Epishin de eerste prijs deelde, moest dit keer 1½ punt op hem toegeven. De remise speelde hij tegen de sterke Purmerendspeler Pieter Hopman, met wie hij de tweede prijs deelde.

Uitermate verrassend was de vierde plaats voor Siegbert de Jong, die daarmee een veld van veel hoger gerate deelnemers achter zich liet.   Addy Lont, die gedurende het gehele toernooi in de top van het klassement had gebivakkeerd, maar door een nederlaag tegen Migchiel in de laatste ronde werd teruggeworpen, behoorde met een gedeelde vijfde plaats nog net tot de prijswinnaars.

De negenjarige(!) Machteld van Foreest uit Haren, die op grond van haar rating ook in groep B had mogen uitkomen, gaf de voorkeur aan spelen in de A-groep en boekte daar toch maar mooi twee overwinningen en een remise. Jonas Hilwerda uit Groningen is een paar jaar ouder. Ook hij weerde zich geducht. Het lijkt me geen gewaagde voorspelling dat zij over enkele jaren hoog in  het klassement van een dergelijk toernooi meedraaien.

De ratingprijzen, waarom de laagst gerate 15 deelnemers in de A-groep streden, gingen naar Siegbert de Jong, Tinus Fleur uit Sneek en Minko Pieters uit Veendam.  Het ontbreken van meer titeldragers, zoals Sipke Ernst, Jan Werle en Erik Hoeksema, had te maken met het feit dat zij in het weekend van 29 en 30 oktober hun verplichtingen voor hun Duitse clubs  in de Bundesliga (of een lagere Liga) moesten nakomen.

In de B-groep voor spelers met een rating onder de 1800, nam de jeugd het heft echt in handen. De 16-jarige Jan Bosma uit Heerenveen, de 17-jarige Tijmen Hofstra uit De Wilp en onze eigen Sake Algra waren voortdurend op de hoogste plaatsen te vinden. Jan Bosma was daarbij een klasse apart en stond slechts één enkele remise af. Tijmen, wiens KNSB-rating van 1086 geen goed beeld van zijn schaakcapaciteiten geeft, moest in de laatste ronde het hoofd buigen voor Erik van der Lee, die Tijmen daardoor achterhaalde en dus beslag legde op een gedeelde  tweede plaats.

Celine Nicolai, even overgewipt uit Terschelling, en Sake Algra deelden de vierde plaats. Sake wees in de laatste ronde Pieter van Foreest, een ouder broertje van Machteld, in een onderling duel terug.
De ratingprijzen gingen hier naar Tijmen Hofstra, Pieter Ploeger en veteraan Auke de Jong van SCL.

Foto's (gemaakt door Egbert Wind)

Migchiel toont enige partijen- Zie hier spelverloop De Jong, Migchiel - De Jong, Siegbert
10/29/2016

Ook Dolf Wissmann onthoudt zijn partijen gemakkelijk en kan ons dus verblijden met zijn zetten. Hij schreef er zelf een rubriek over in het FD die hier te lezen is. Hieronder zijn partijen. Hij schrijft daar nog over:

De partij tegen Epishin was niet oninteressant en ik kreeg zo mijn kansen. Zoals vaak na een witte lange rokade had ik daarna de zet Kc1-b1 'blind' kunnen doen, maar ik heb de neiging om die pas te doen als ik een duidelijke concrete reden zie of ... als ik het ook niet meer weet.
In sommige situaties zou het besef dat dat laatste in feite een constante factor is me misschien kunnen helpen. Hoe dan ook, mijn computer vindt 14.Kb1! sterk, een zet later bepleit ie 15.Kb1, op beide momenten denk ik dat er belangrijkere zaken te doen zijn.

Na de 16e zet van zwart heb ik ineens kansrijke opties voor een stukoffer op d5.
Zo is daar 17.Pxd5 cxd5 18.Lxd5, andersom kan ook: 17.Lxd5 cxd5 18.Pxd5
Txe6 19.Pc7, maar ook 17.Lc5 Txe6 18.Pxd5 is mogelijk. Er is zelfs een vierde mogelijkheid:17.Dd2 Pc4 18.Lg5! Lxc3! (Pxd2?) 19.Lxh4 Lxd2+
20.Txd2 Txe6 21.Txd5! Pe3! 22.Td2 en nu we paard-, loper-, en torenoffer tegen zijn gekomen, ontbreekt alleen een dameoffer op d5 nog, nou daar komt ie: 19.Dxd5!? cxd5 20.Lxh4 Lxb2 21.Kb1 La3!! Eindoordeel over deze
varianten: 'onduidelijk', dat kan ik tenminste makkelijk verdedigen mocht iemand er naar vragen.
De lezer zal begrijpen dat, terwijl ik de vierde optie niet eens had gezien, ik 'the easy way out' verkoos en meende dat het moment voor
17.Kb1 was aangebroken.
En die beslissing had zich nog bijna uitbetaald ook: na zijn 17.-Tae8?!
vindt mijn computer 18.Pxd5! cxd5 19.Lxd5! aantrekkelijker dan alle eerdere mogelijkheden, de stelling wordt zelfs als (nagenoeg) gewonnen beoordeeld.
Was ik daarmee dicht bij een overwinning en doet de opmerking van Eddie in het verslag m.b.t. Epishin ('Zonder ook maar één keer in de problemen te zijn geraakt, won hij overtuigend al zijn partijen.') de waarheid geweld aan?! Het is zeker niet zo dat ik dacht dicht bij een overwinning te zijn. Ik zou eerst 18.Pxd5! moeten doen (deed ik niet) en dan nog, vermoed ik, dat het, met minder tijd op de klok, een hele klus geworden zou zijn om er een (half) punt uit te slepen.

De partij tegen Siegbert heb ik (samen met een fragment uit de partij tussen Migchiel en Siegbert) opgenomen in mijn schaakrubriek in het Friesch Dagblad van 4 november 2016. Bij een van de varianten bij de 24e zet, namelijk die eindigend met 31.a5!, heb ik het daarin over een 'brief van de witte koning aan zijn a-pion'. Overbodig, denk ik, om te vermelden dat we hier van doen hebben met zgn. 'literatuur'.

Zie hier spelverloop Wissmann, Dolf (2056) - Epishin, Vladimir (2569)
10/29/2016.